Regels

Four wheels move the body. Two wheels move the soul.

Regels

januari 1, 2019 Algemeen 0

Aanvullende veiligheid regels

Dit is niet alleen ter bevordering van de veiligheid maar ook het in stand houden van een zo goed mogelijke, fatsoenlijk en ontspannen verenigingssfeer.

De doelstelling van deze aanvulling is het extra onder de aandacht brengen en het voorkomen van de meest geuite onveilige situaties en mogelijke daaruit voortvloeiende ongevallen.
  1.  Gemaakte afspraken:
    Ter bevordering van de veiligheid houden de leden zich aan de gemaakte afspraken. Leden die zich regelmatig niet aan de afspraken houden dienen hierop aangesproken te worden. Dit is primair de taak van het bestuur.
  1. Verantwoordelijkheid:
    Ieder groepslid is primair verantwoordelijk voor zijn eigen (incl. duo) veiligheid. Daarnaast is hij/zij als groepslid mede verantwoordelijk voor de veiligheid en het gedrag van de groep als geheel.
    Verantwoordelijk zijn voor de eigen veiligheid betekent echter niet dat afspraken over baksteenformaat, afstand houden etc. naar eigen goeddunken kunnen worden geïnterpreteerd. De eigen norm is niet de verenigingsnorm. Het niet houden aan deze afspraken kan andere leden in gevaar brengen

    Groepsgedrag:
    Alle deelnemers aan de rit gedragen zich als lid van die groep. De leider van die dag rit is de voorrijder. Bij onvoorziene gebeurtenissen zal de voorrijder beslissen wat er gebeurt. Indien hij dit nodig acht overlegt hij met de toercoördinator indien deze tijdens de rit aanwezig is. Tijdens het rijden kan de pendelaar de voorrijder waarschuwen indien de situatie dat vereist.
  1.  Baksteenformatie (of rijd-positie in het wegvak):
    Dit is zowel de plaats in het wegvak als de onderlinge afstand (zie tekening)
  • Door een wisselende positie van de motoren in het wegvak (baksteenformatie) wordt de reactie afstand dubbel zo lang en kan de groep toch een relatief totale lengte aannemen. Dus het geeft iedere motor de dubbele reactietijd
  • Als een lid dus regelmatig van plaats wisselt – zonder reden – beïnvloed hij dus de mogelijkheden en daarmee de veiligheid van de rijder achter hem. Baksteenformaat is dus een veiligheidsmaatregel!!
  • Bij het “in baksteenformatie rijden” kiest iedere rijder zijn op het linker of rechter deel van het wegvak. Dit is altijd schuin achter de rijder ervoor. De 2e rijder van de groep (achter de voorrijder) bepaalt of hij links of rechts rijdt en houdt dit vast!
  • Het rijden in de groep gebeurt dus in baksteenformaat. Alleen op smalle wegen is dit minder goed mogelijk. Echter het begrip “positie op de weg” kan WEL uitgevoerd worden, alleen minder breed. De veiligheid in de groep en onderlinge afstand tussen de motoren is hiervan mede afhankelijk!!
  • Ook bij het aankomen bij kruisingen e.d. houdt men deze positie vast. Dus niet van rechts naar links om beter te kijken!! Een botsing met de motor erachter is dan snel gebeurd!!!
  • De afstand in baksteenformaat is heel makkelijk te controleren. Als je in de spiegels van de motor van degene die schuin voor je rijdt, ZIJN GEZICHT KUNT ZIEN, weet je dat je op de goede afstand zit
  • Houdt de 2 rijseconden richtlijn aan t.o.v. de in lijn voor je rijdende motor. Bij kleinere afstanden wordt de veiligheid minder!!

1 seconde, onderling aan te houden afstand, in meters uitgedrukt bij:

–   50 km/uur = 14 meter                    –   60 km/uur = 17 meter

–   70 km/uur = 20 meter                    –   80 km/uur = 23 meter

–   90 km/uur = 25 meter                    – 100 km/uur = 28 meter

  1. Ongepland parkeren en stoppen:
    Bij het ongepland parkeren en stoppen wordt zodanig geparkeerd dat geen onveilig situatie ontstaat of het overige verkeer wordt gehinderd. Als dat niet mogelijk is rijdt een individueel rijder een stukje verder tot dat wel mogelijk is.
    Bij ongepland stoppen bij voorkeur naast de weg. Is het langs de weg dan NIET naast elkaar en zeker niet te lang. Bij doorgaande wegen zal doorgereden moeten worden tot een goede stopplaats en desgewenst rijdt 1 rijder terug, na dit duidelijk afgesproken te hebben. De overige wachten tot hij weer terug is.
  1. Voorkom zoveel mogelijk de oorzaken van ongepland parkeren en stoppen:
  • Laat geen onnodige gaten vallen, maar trek ook geen onnodige gaten.
    Het hoeft n.l. niet altijd te betekenen dat de volgrijder te langzaam rijdt.
    Let daarom eerst ook eens op je eigen snelheid en relateer deze in een verantwoorde norm aan de ter plaatse geldende toegestane snelheid.
  • Tijdens de rit heeft iedere rijder de taak om op de rijder achter hem/haar te letten. Dit
    wordt “spiegelen” genoemd. Pas je snelheid overeenkomstig aan.
    Als iedereen dit doet blijft de groep bij elkaar. Als de achter rijder n.l. de afstand regelmatig te groot laat worden, dan heeft de rijder ervoor een vervelend karwei. Is de achter rijder de groep nu kwijt of niet?? Op doorgaande wegen is dat niet zo’n probleem, maar ineens een zijweg inslaan, een onverwachte rotonde, en je bent de groep kwijt. Dus spiegelen is uitvoerbaar wanneer de achter rijder zich ook zo gedraagt dat dit te doen is. Verder is een groep met ongeveer gelijke afstanden tussen de motoren voor het overige verkeer duidelijker te begrijpen. Bij te grote tussenafstanden ziet het overige verkeer het niet meer als groep. Te grote afstanden ergeren overige verkeersgebruikers bij het willen invoegen etc. De voorbijrijdtijd wordt te lang.
  • Bij uit het oog verliezen van de achter hem rijdende motor wacht de rijder altijd bij de eerstvolgende afslag of rotonde.
    Wachten en niet bang zijn dat je er tot morgen staat. De groep heeft de verantwoordelijkheid en het respect voor ieder lid op “samen thuis” te komen.
  1. Inhalen:
  • Haal elkaar niet in binnen de groep maar blijf op je positie rijden.
  • De pendelaar kan hierop in sommige gevallen een uitzondering vormen omdat hij de voorrijder op dat moment wil waarschuwen.
  • Haal alleen in waar dit is toegestaan.
  • Dus niet bij een inhaalverbod en doorgetrokken streep.
  • Haal alleen in waar dit verantwoord is:
  • Dus niet in een bocht, kruising of onoverzichtelijke situatie.
  • Dwing ook niet de voor je rijdende rijder om in te gaan halen. Hij kan n.l. van mening zijn dat een inhaalactie op dat punt (voor hem) onverantwoord is.
  • Start een inhaalactie pas als er zoveel mogelijk in de gehele groepsvorm of grootst mogelijke delen hiervan kan worden ingehaald.
  • Start een volgend inhaalactie pas als de rest van groep weer volledig bij elkaar is.
  • Zorg dat er voldoende ruimte is bij het weer naar rechts invoegen dat de achter jou inhalende rijder voldoende ruimte heeft om ook rechts weer in te voegen.
  • Dit geldt met name voor de rijder die aan de linkerzijde van de baksteen formatie deelneemt.
  • Rem niet onnodig plotseling af na een inhaal manoeuvre.
  1. 7. Tot slot:
    Iedere rijder maakt vroeg of laat fouten – NIEMAND is foutloos! Ieder lid is dan ook bereid om goede raad aan te horen en er wat mee te doen.
Organisator:
Berrie Verhoeven
Email: info@motor-challenge.nl
Tel: 0636429640